Coyote's and more....

………..”Wake up, hurry, in the truck, coyotes, hurry hurry, get in the truck”!!!!...Ik vergeet nooit meer die woorden die Jamison opeens midden in de nacht riep, toen we al een week in de bergen hadden gebivakkeerd en bomen voor onze Hogan aan het kappen, vellen en verzamelen waren. Tegelijkertijd hoorde ik het gehuil van de coyotes en wolven oorverdovend en beangstigend dichtbij en overal om ons heen.

In een flits en met kloppend hart, sprong ik op van ons met dekens gemaakte bed op de grond en achter in de laatbak van de truck die naast ons stond geparkeerd. Ik weet nog goed dat ik in die fractie van een seconde een romantisch beeld had van Jamison die in mijn gedachten, ook in de laatbak beschermend vóór mij zou staan en de coyotes en wolven vechtend van ons af zou slaan. Erg ontnuchterend was het toen bleek dat hij een stuk praktischer was ingesteld en snel in de cabine van de truck was gaan zitten, veilig met de deuren dicht. Daar stond ik, ik mijn slaapkleren, midden in de nacht, in de open laadbak van de truck, trillend als een rietje, omringd door hongerige wilde beesten. ‘Get in the truck” zei Jamison weer in paniek. Ja dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Om dat te doen, moest ik eerst weer uit de laadbak op de grond springen, om de truck heenlopen om dan vervolgens pas weer in de cabine te kunnen klimmen. Even nam de paniek bezit van me en wist ik niet wat ik moest doen, ik dacht echt even dat mijn laatste uur was geslagen. Als snel realiseerde ik me echter dat ik maar één ding kon doen; omlopen en er voor zorgen dat ik zo snel mogelijk naast Jamison in die cabine zou komen te zitten. Jamison startte de truck vast en deed de lichten aan in de hoop de coyotes even op afstand te houden en ik waagde de sprong om uit de laadbak te springen, om te lopen en razendsnel in de cabine te gaan zitten. Bevend als een rietje en met kloppend hart, bedacht ik me dat ik vanaf nu wist hoe het voelde om in doodsangst te verkeren. Iets wat ik daarna gelukkig nooit meer heb gevoeld, maar wat in mijn ziel staat gegrift en me nog steeds de rillingen geeft als ik eraan terugdenk. Ook Jamison was bang en we hebben zeker een half uur met angst in onze ogen, rillend en bevend in de cabine van de truck gezeten. Jamison zei dat de beesten waarschijnlijk op de lucht van ons gegrilde vlees af waren gekomen en tegelijkertijd dat hij dat zei, realiseerde ik me dat we daar dus al de hele week hadden gebarbecued en op de grond hadden geslapen.

We liepen al die tijd dus al het gevaar om coyotes en wolven op bezoek te krijgen, iets waar ik gelukkig nog niet eerder aan had gedacht. In de Nederlandse bossen kom je hooguit een keer een wild zwijn tegen. Ook geen pretje natuurlijk als je met een paar dekens op de grond in de open lucht ligt te slapen, maar coyotes en wolven..dat was nog niet in mijn Hollandse hoofd opgekomen. Jamison zei dat wolven en coyotes zich altijd in groepen verplaatsen en dat ze een prooi vaak omsingelen. Ik had het juist heerlijk rustig gevonden, samen met Jamison in de vrije natuur, ver weg van de bewoonde wereld, ons eten lekker op een vuurtje bereidend. Iets wat opeens een stuk minder aantrekkelijk leek.
 

 


Natuurlijk had ik in Monument Valley wel vaker de coyotes in de verte horen huilen, maar ik vond dit altijd de charme van het slapen in de woestijn. Het geluid klonk altijd ver weg en tot nu toe had ik het altijd geweldig gevonden om dit geluid te horen. Maar die nacht dus niet. Het gehuil ging door merg en been en klonk van zo dichtbij en van alle kanten dat het al zijn charme al snel verloor.

Nadat we een half uur in de truck hadden gezeten, besloten we weg te gaan van de plek waar we een week lang hadden gebivakkeerd en om ergens anders te gaan slapen. We reden een heel eind de berg af naar een lager gelegen en open gebied, waar we goed zicht hadden op de omgeving. We maakten een bed van de spullen die we nog wel hadden, de slaapzakken en dekens waar we op hadden geslapen, samen met een deel van ons proviand en kleren, lagen immers nog op de plek die omringd was door de wilde beesten. We hadden het geen van tweeën aangedurfd om nog een keer uit de cabine te stappen om die spullen te pakken, dus besloten we die de volgende dag maar op te halen. Die nacht sliepen we niet op de grond, maar veilig in de laadbak van de truck en zorgde het geluid van de huilende coyotes in de verte nog steeds voor een kloppend hart. De rest van de nacht sliepen we heel onrustig en lagen we steeds te luisteren of het geluid dichterbij kwam. Dat was gelukkig niet zo en uiteindelijk vielen we, toen het weer licht werd, nog even in slaap.

Toen we volgende dag onze spullen op gingen halen, zagen we op de plek des onheil dat bijna alle spullen verdwenen en/of opgegeten waren. We hadden toch al besloten om terug te gaan naar Monument Valley en nu we bijna geen eten meer hadden, was deze beslissing, zeker gezien ons nachtelijk avontuur snel genomen.

Terug in Monument Valley had Jamison geregeld dat we zo lang in een trailer konden wonen, totdat we terug zouden gaan naar de bergen en de bomen voor onze Hogan zouden gaan halen. De trailer stond langs Highway 163, de weg die vanuit Kayenta naar Monument Valley loopt, en achter de trailer van zijn broer Roy. Hij woonde er met zijn vrouw en hun pasgeboren baby’tje. Er stond ook een Hogan op het terrein bij de trailers en hierin verkocht Jamison’s familie kunst en kunstnijverheid. Roy is een zilversmid en Jamison zijn moeder is een beroemde mandenmaakster. Roy en zijn vrouw zorgden voor het winkeltje in de Hogan en wij konden op onze beurt hen weer helpen en sommige taken op ons nemen. Ik vond alles prima als ik maar niet weer een nacht ergens in de open lucht hoefde te slapen en in ieder geval de “luxe” van een afgesloten ruimte had. De trailer was voor mij dan ook een waar paradijs. Er was geen stromend water, ik moest koken met een gastank, of op een open vuur buiten en als koelkast gebruikten we een koelbox met ijs erin. Voor wc deelden we de “Outhouse” met Roy en zijn vrouw en douchen deden we soms bij de douches van de campground in Monument Valley. Het was “back to basic” en ik genoot met volle teugen. Nog steeds verbazen veel mensen zich over de manier waarop ik in Monument Valley heb gewoond, maar met het magnifieke uitzicht op Monument Valley vanuit de trailer kon ik me geen betere plek wensen. Er was niets en toch had ik alles….

Er was een kleine winkel bij Gouldings Tradingpost, waar we boodschappen deden, water haalden, de was deden en ijs voor de koelbox konden kopen. Als we tenminste een auto hadden…en dat was nog wel eens het probleem. Al snel werd mij duidelijk dat de Navajo indianen alles delen met familie en dat het dus ook heel normaal was als een familielid “onze truck” meenam om iets te halen of te kopen. Het was dan ook de gewoonte om vooral niet te vragen hoe lang ze de truck nodig hadden en wanneer ze hem weer terug zouden brengen. Dit resulteerde erin dat we soms dagen zonder vervoer zaten en ik al snel getraind werd in het “hamsteren” van etenswaren en drinken, zodat ik het altijd een tijdje uit kon zingen als Jamison zijn truck weer eens had uitgeleend. Het was weliswaar een oude gele truck, maar bracht ons altijd waar we wezen wilden en ik was behoorlijk gehecht aan deze chidii, (een benaming die de Navajo’s aan alles geven, wat hen vervoert..dus een paard, een auto..etc.)

Jamison was van jongs af aan gewend om lange afstanden te lopen en rende zonder pardon ‘s morgens een paar kilometer naar de koraal van zijn broer om daar te helpen. Iets wat ik iets minder aantrekkelijk vond, zeker gezien de hitte overdag, die soms opliep tot een graad of 45. Dit had als gevolg dat ik vaak overdag alleen in de trailer was, met een paar zwerfhonden die al snel in de gaten hadden dat die “crazy Beleghana” het wel leuk vond om hen eten te geven. Verder paste ik op de Hogan en verkocht allerlei leuke spulletjes aan toeristen die stopten om in de Hogan te kijken. Het leven was heerlijk ongecompliceerd, al vond ik het wel soms moeilijk om me aan te passen aan het feit dat niet alles altijd ging zoals ik het wilde en vooral dat ik geen invloed had op het tempo waarin dingen gebeurden. Onze Hogan zou worden gebouwd, we hadden immers niet voor niets heel veel bomen omgehakt, geveld en verzameld, maar niemand scheen te weten wanneer. En erger nog, niemand scheen er, behalve ik, ook enige haast mee te maken. Daarnaast was het natuurlijk lastig dat ik vaak zonder vervoer, min of meer gedwongen werd om bij de trailer te blijven. Het enige gezelschap dat ik had, als Jamison weg was, was van andere Navajo indianen, die soms langs kwamen en onderling met elkaar in hun eigen taal spraken. Dit gaf me soms een beetje een eenzaam gevoel en beangstigde me soms ook wel een beetje. Tot nu toe had ik natuurlijk mijn eigen vervoer gehad als ik in Monument Valley was. Ik kon eerder altijd gaan en staan waar ik zelf wilde, maar door deze nieuwe situatie was ik niet alleen afhankelijk van Jamison, maar eigenlijk ook van zijn gehele familie.

Volgens de traditionele manier van leven deelt iedereen uit één familie alles met elkaar. Het wordt ook als onacceptabel en een schande gezien als een familielid die meer heeft, een ander familielid die minder heeft, niet helpt. De situatie was vroeger alleen zo dat het bezit van de Navajo’s zichtbaarder was. Het bezit bestond immers vaak uit schapen en paarden en iedereen kon zien hoeveel iemand daarvan had en of er één gemist kon worden. De handel bestond voor een groot deel uit ruilhandel en iedereen hielp elkaar. Met het verdienen van geld, ging dit goedwerkende systeem helaas langzaam scheuren vertonen. Men kon nu opeens veel geld verdienen, maar hoefde dit niet aan anderen te laten zien en dus ook niet te delen. Het is immers eenvoudiger te zeggen dat je geen geld hebt, als iemand iets van je wilt lenen en niet kan zien hoeveel je in je portemonnee hebt, als dat ze zien hoeveel schapen er rond lopen. Met de invoering van het geld in de “Way of Life” kwam dan ook langzaam een verschuiving van verantwoordelijkheden. Familieleden gingen nu niet meer zo zeer af op wat ze zagen dat iemand had, maar wat ze dachten dat iemand had en of diegene dan ook goed genoeg was om hen geld of eten te geven. Gelukkig voor de familie van Jamison was hij één van “the good guys”, maar helaas was het voor mij iets minder prettig.

Jamison verdiende zijn geld bij de koraal van zijn broer met het begeleiden van toeristen op het paard door de Valley en kreeg ook een percentage van het geld als zijn eigen paarden werden ingezet tijdens een tour. Aangezien ik geen inkomen meer had en leefde van mijn spaargeld en daarnaast afhankelijk was van wat Jamison verdiende, bemoeide ik me soms met het feit dat Jamison heel veel weg gaf aan ieder familielid die daar maar om vroeg. Jamison stond bekend als de man die je altijd hielp en altijd iets kon missen en daar maakten in mijn ogen sommigen ook misbruik van. Ik leerde echter als snel dat je daar als Beleghana niet te veel van moest en kon zeggen en dat dit ook hoorde bij het leven volgens de “Way of Life”. Ik realiseerde me dat ik het Jamison met mijn bemoeienissen niet altijd even makkelijk maakte, dus besloot ik er het beste van te maken en me ook hierin, aan te passen. Een leuke bijkomstigheid was, dat mensen bij

Jamison vaak sieraden in pawn gaven. Deze sieraden kreeg hij dan als onderpand wanneer hij iemand geld leende. Hij mocht de sieraden niet houden of doorverkopen, omdat de eigenaar deze weer terug kon claimen als hij of zij het geld weer had om ze terug te kopen……, maar ik mocht ze wel dragen. Het recht op de in “bruikleen” gegeven spullen is iets wat bij de Navajo onderling altijd blijft bestaan en de eigenaar kan soms na jaren nog terugkomen om zijn bezit weer terug te kopen. Het is dan de verantwoording van degene die de sieraden in pawn heeft, om ervoor te zorgen dat hij of zij deze sieraden dan ook daadwerkelijk nog heeft. De positieve kant van deze situatie was dus dat ik me als een klein meisje in een chocolade fabriek voelde en zo veel mogelijk van deze prachtige oude handgemaakte sieraden droeg en ervan genoot. Dat dit een betere instelling was, bleek toen mijn aanpassingsvermogen werd beloond op het moment dat “Don Donnelly” naar Monument Valley kwam en mij een totaal onverwacht, maar wel fantastisch aanbod deed... Ieder jaar kwam Don Donnelly, een rijke paardenhouder uit het zuiden van Arizona een paar weken aaneengesloten naar Monument Valley om daar met groepen toeristen paard te rijden door de Valley. Hij kwam dan met een groep toeristen die bij hem een week vakantie had geboekt en bracht tevens zijn eigen paarden in een grote trailer mee naar Monument Valley.

Tijdens die ene week vakantie werd er op een vaste plek, diep in de Valley gekampeerd en zorgde een kok 3 keer per dag voor de meest heerlijke maaltijden. Hiervoor ging er een heuse “Wagon” mee, die afgeladen was met kookgerei en zo uit een cowboy film leek te zijn gekomen. Tijdens deze vakantie week werden er vanuit het basis camp, dagtochten te paard gemaakt, waarbij er iedere dag naar een andere mooie bijzondere plek in Monument Valley werd gereden. ’s Avonds zorgde dan een zanger/entertainer, luisterend naar de welluidende naam Gary Marshall Johnsen voor gitaarspel en zang tijdens het kampvuur.

Het is echter niet voor iedereen toegestaan om zomaar met een groep toeristen een week in de Valley te verblijven en paard te rijden. Er woont van oudsher nog een aantal families in de Valley en van deze families is ook het land in de Valley. Bij de verdeling van het land in de 19e eeuw is het land bij de Navajo’s aan de diverse clans toebedeeld en de rechten voor het grondbezit gaan van moeder op dochter over naar de volgende generatie. De belangrijkste vrouw waar Don dan ook toestemming van moest hebben was Suzy Yazzie, een oude beroemde weefster, die haar hele leven al in haar Hogan midden in Monument Valley woont. Omdat Don natuurlijk niet voor het eerst daar was, had hij al een paar jaar de afspraak staan dat Suzy en haar hele familie iedere dag mee mocht eten als de kok weer een overheerlijke maaltijd had bereid. Iets waar Suzy ook altijd dankbaar gebruik van maakte en wat er soms in resulteerde dat ze ’s avonds met wel 10 á 15 familieleden rustig aan kwam lopen en zwijgend aanschoof aan een tafel. De hele familie deed zich vervolgens te goed aan die overheerlijke steaks die de kok had gegrild en uit respect en waarschijnlijk ook een beetje uit angst werd hier nooit iets van gezegd. Het was immers zaak deze kleine zwijgzame oude vrouw tevreden te stellen, omdat zij anders zomaar zou kunnen besluiten om haar goedkeuring voor de hele onderneming in te trekken en dan had Don een groter probleem.

Voor het paardrijden in de Valley, had de familie van Jamison het alleen recht gekregen van het bestuur van de Navajo Nation. Don moest dus ook onderhandelen met Edward, de broer van Jamison die zijn koraal daar had. Don betaalde voor het paardrijden in de Valley een afgesproken bedrag aan Edward en daarmee was zijn toegangsticket verzekerd. Naast het feit dat hij voor het paardrijden in de Valley toestemming moest hebben van Edward, werd hij ook verplicht gesteld om gidsen in te huren. Het is namelijk niet toegestaan om zonder Navajo begeleiding de Valley in te gaan. Toeristen kunnen wel zelfstandig een bepaalde route met de auto rijden, maar wanneer ze de echte bijzondere plekken in de Valley willen zien en van de standaard route af willen buigen, moet dit altijd onder begeleiding van een Navajo gids. Aangezien Jamison inmiddels een goede band had opgebouwd met Don en zijn rangers en hij ook een van de weinige Navajo indianen was die af ten toe in ieder geval iets zei en ook vriendelijk deed tegen die vreemde Beleghana’s was de keuze voor Jamison snel gemaakt. Jamison werd de aankomende 4 weken als gids door Don ingehuurd en omdat hij graag wilde dat ik ook mee zou gaan stelde hij mij voor aan Don Donnelly.

Zoals er door de Navajo’s over Don werd gepraat, met een soort van ontzag in de stem, had ik al snel in de gaten dat dit een man was die veel respect bij de Navajo’s had verdiend. Ook ik was erg onder de indruk van deze grote man die een regelrechte personificatie van John Wayne leek te zijn. Hij was een cowboy in hart en nieren, met de nodige ontwapende humor, waardoor het direct klikte tussen ons. Hij vond het prima dat ik ook als gids mee ging op de trips en was op zijn beurt weer gecharmeerd van het feit dat ik als Nederlandse vrouw bij de Navajo indianen woonde en Jamison had weten te strikken. Dat ik mee zou gaan, was voor hem sowieso extra handig, omdat de eerste groep uit louter en alleen vrouwen zou bestaan. Die konden wel een “women’s touch” gebruiken, als welkome afwisseling van alle stoere kerels die als ranger voor hem werkten. Wat een cadeautje dit achteraf bleek en hoeveel meer ik nog van Monument Valley en haar bijzondere schatten zou gaan ontdekken, had ik mijn wildste dromen niet kunnen dromen.

Nog maar net bekomen van het ene avontuur, ging ik alweer een volgend tegemoet waarbij ik deze keer niet met coyotes, maar met de kracht van de “spirits” zou worden geconfronteerd……..

Hágoónee', Volgende maand meer…
Dorothea Born


Alle columns van Dorothea worden bewaard in ons archief.


HomeVorige pagina

 

Meer over USA4ALL

© 2010 USA4ALL. All rights reserved.